Wie zijn wij?

Posted on: juli 25th, 2017 by bosswijnhoven

Vrij en onafhankelijk. En veilig en geborgen. Dat willen we allebei zijn. Maar kan dat wel? En waarom willen we dat zijn? Frank Koerselman liet me daar afgelopen vakantie over nadenken toen ik zijn boek “Wie wij zijn” las (aanbevolen door Toon Gerbrands). De schrijver is psychiater en, in eenvoudige bewoordingen, in staat om je te prikkelen tot nadenken. Antwoorden heeft hij niet altijd. Een paar dingen die hij aankaart op een rij.

  • We willen aardig gevonden én gerespecteerd worden. Dat is vaak in strijd met elkaar. Als je de baas bent, mogen mensen je benijden. Misschien moeten ze dat zelfs wel, denk ik dan; niks mis mee als ze jouw plek willen.
  • Geborgenheid gaat boven alles. Zelfs boven eten. Een experiment met apen bewees wat we eigenlijk al wisten. Een jong aapje vond de nabijheid van een zachte aap zonder voedsel belangrijker dan een aap van ijzer mét. Fysiek contact is voor ons heel belangrijk.
  • Omgaan met onmacht is heel belangrijk om ons leven op een goede manier door te komen. Daarvoor is het vooral belangrijk dat we leren omgaan met wat we niet kunnen beheersen. We moeten het glas halfvol zien. Onderzoek liet zien dat wie op zijn 18de al goed met het niet beheersbare kon omgaan, het later ‘goed’ ging.
  • Voor kinderen is liefdesverlies het ergste wat ze kan overkomen. Niet woorden, maar context bepalen dat gevoel. Wat betekent het als vader zegt: “Je stelt me teleur”? Bedoelt hij ‘volgende keer beter’ of ‘zo kan ik niet meer van je houden’? Het kind dat de tweede betekenis hoort zal er mogelijk de rest van zijn leven mee bezig zijn om niemand teleur te stellen.
  • Bevrediging en frustratie zijn voorwaarde voor (top)sporters. Bevrediging halen uit winnen of een ander doel halen. Maar alleen winnen is niet genoeg. Het zoeken naar nieuwe doelen, die met frustraties (van het niet meteen lukken) gepaard gaan, horen bij de topsporter. Daarbij hoort stimuleren: een uitdaging bieden. Maar het risico van overvragen ligt op de loer: stress omdat je iets probeert te bereiken wat er niet in zit.
  • Mensen zijn geboeid door andere mensen. Met ‘roddelen’ is niet zoveel mis. Als twee mensen bij elkaar zijn hebben ze het over een ander. Je zou Facebook de moderne variant van de oude dorpsroddel kunnen noemen.
  • Koerselman stelt vast dat we helemaal niet ‘door elkaar’ willen wonen. Als in een wijk een groep met een bepaalde identiteit overheerst, trekken de anderen weg. We willen juist bij elkaar zitten; bij de mensen die we kennen en herkennen. En er is eigenlijk toch ook niks mis met je thuis te voelen in de cirkels van de wereld waarin je leeft?!
  • De psychotherapeut laat zien dan onze seksuele normen en waarden alles met onze economische toestand te maken hebben. En het ontwikkelt zich door. Gesloten na de oorlog. Abortus illegaal en zwanger buiten het huwelijk niet acceptabel. Vrij in de jaren zestig. Om vervolgens prostitutie en pedofilie toch wat veel van het goede te vinden. Nu mogen kinderen hun eigen weg niet meer vinden, maar moeten ze beschermd worden. Homoseksualiteit is een burgerlijk gemeengoed geworden: heteroseksuelen planten zich voort zonder te trouwen, terwijl homo’s zich steeds liever in de echt verbinden.
  • Vrouwen hebben gevochten voor gelijke rechten en plekken. Waar ze ‘gewonnen’ hebben en de overhand hebben gekregen, vertrekken de mannen (onderwijs, rechtspraak). Ook daar zie je dat we niet ‘samen’ willen, maar plek maken als de andere groep te groot wordt.
  • Eerlijkheid vinden we eigenlijk allemaal belangrijk. Maar is eerlijk dat iedereen altijd hetzelfde krijgt? Of dat het ene kind nu een ijsje krijgt omdat hij wat extra gedaan heeft en de volgende keer de andere om een andere reden?

Een begin van wat in het boek staat. Opdat meer mensen het gaan lezen.

Geert Wijnhoven

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.