Ik aanbid Femke Heemskerk

Posted on: juli 27th, 2017 by bosswijnhoven

“Ik heb het allemaal te danken aan die fantastische lead-out van mijn team.” Woorden van een beer van een sprinter na de finish van een etappe in de Tour de France. En bij wat sommige mensen onze “hockey-babes” noemen, hoor je altijd dezelfde tekst. Volgens hen is het allemaal te danken aan ‘het’ team. Je hoeft er de televisie of radio niet voor aan te zetten. Zapp na de wedstrijd vooral weg.

Wanneer is sport succesvol? Als er prestaties geleverd worden, zal menigeen zeggen. Maar voor de kijker of luisteraar is dat echt niet genoeg. Er moet iets gebeuren. Vooral emoties. En wat willen ze vooral niet horen en zien? Afgedraaide clichés. De meeste topsporters leren, zo lijkt het, vooral om niks te zeggen waarbij iemand opveert. Politiek correct is de norm. Nog erger: het lijkt zelfs vereiste om topsporter te kunnen (en mogen worden). Waarom eigenlijk? Sporters en begeleiders willen het leven zoveel mogelijk in de hand houden. Dat moet het antwoord zijn. Want voor hen is het al moeilijk genoeg als het om het sporten zelf gaat. Dus zorg je vooral dat je de dingen daar omheen in de hand houdt: omdat het kan. Maar wie heeft daar eigenlijk belang bij? Zitten sponsors te wachten op pratende sufkutten? Zitten kijkers en luisteraars klaar om weer naar het volgende gemeenplaats te kijken of luisteren? Wordt de sport leuker als er nooit iemand uit de band springt?

‘0,03 seconden’. Dat is de naam van een fantastische documentaire over zwemmers die zich voorbereiden op de Olympische Spelen van Rio de Janeiro. Er komen allerlei mensen voorbij. Ranomi Kromowidjojo en Ferry Weertman. Blijven niet hangen in het geheugen. Ook al wordt de tweede Olympisch Kampioen. Sebastiaan Verschuren doet je stil staan bij de vraag: werkt het echt zo? En Sharon van Rouwendaal wil je knuffelen zoals zij haar konijn doet. Maar eigenlijk draait de hele documentaire maar om één persoon. Een prachtige vrouw: Femke Heemskerk. Zij is echt. Zij is mooi. Ze maakt keuzes. Faalt. Huilt. Zoekt bevestiging. Krijgt het niet. Een weifelende topsporter. Ik kan me voorstellen dat ze zich geneert als ze zelf naar documentaire kijkt. Dat neemt niet weg dat er vooral positieve gevoelens overblijven als je ernaar kijkt. Zij is (als enige) 100 procent geloofwaardig. Zij laat zien waar het om gaat. Zij laat zien wat een topsporter meemaakt en op moet brengen. Zij laat zien dat zwemmen niet zomaar een topsport is. Ze maakt reclame voor sport in het algemeen en voor haar sport in het bijzonder. Samengevat: het is keihard. Soms win je. Meestal verlies je. En je houdt het alleen maar vol als je de sport leuk vindt. En het is duidelijk dat zoiets doen maar voor weinige is weggelegd. Je moet een onvoorstelbaar incasserings- en doorzettingsvermogen hebben.

Wat zou het mooi zijn als de mensen die het voor het zeggen hebben bij hockey, wielrennen maar zeker ook in het voetbal, willen zien wat het oplevert als je topsporters wat meer ruimte geeft om zichzelf te zijn. Natuurlijk brengt dat ook ellende met zich mee. En natuurlijk moet je beginnelingen ze (een beetje) tegen zichzelf te beschermen. Maar sport is niet alleen de wedstrijd; het is ook alles er omheen. Als je dat kunt laten zien, betrek je mensen bij je sport. Geef je mensen de kans om zich in iemand te herkennen. Dat je dan, af toe, een probleem moet oplossen is toch heel wat aantrekkelijker dan het organiseren van obligate praatjes, waarvan de inhoud van tevoren vaststaat.

Volgens mij is Femke Heemskerk nog niet klaar met haar zwemloopbaan. Ik hoop dat ze nog ooit Olympisch Kampioen wordt. Dan zal deze documentaire (of alleen het kwartier dat echt over haar gaat) over de hele wereld nog door miljoenen mensen worden bekeken. En ze zullen haar aanbidden. Net als ik.

Geert Wijnhoven

Comments are closed.