116 ‘eetbare’ restaurants in Utrecht

Posted on: oktober 31st, 2017 by bosswijnhoven

Plekken om te dineren. In deze lijst ‘serieuze’ restaurants die zich op een of andere manier onderscheiden.

  1. Lami Jac. Als hij ermee stopt zullen we hem missen. Nog steeds het beste restaurant van de stad. Omdat Jac veel mooie dingen doet met bijzondere producten. Maar het is slechts een pijpenlaatje (op de Burgemeester Reigerstraat). Eigenlijk gun je hem een flinke grote zaak. Maar daar zit hij zelf, geloof ik, niet op te wachten.
  2. Podium onder de Dom aan de Domstraat. Met een kok die van alles durft te proberen. In een sjieke omgeving. Waar je dan ook voor betaalt.
  3. Concours. Waar vroeger “De Baas’ zat aan de Biltstraat. Origineel. Veel zorg. Mooi Frans-achtig. Wijn die, meestal, zijn prijs waard is.
  4. Karel 5. Een sjiekere plek om te eten is er niet in Utrecht. Vlakbij Hoog Catharijne. Er is ook geen plek waar je meer moet betalen. Maar je krijgt wel kwaliteit op je bord.
  5. WT Urban Kitchen 10de. De bovenste verdieping van de watertoren op Heuveloord. Romantischer kan bijna niet als het donker is en de lichtjes buiten aan zijn. Goddelijk uitzicht op de achterkant van de stad. Het eten haalt dat niveau niet maar kan er mee door. Dankt zijn plek aan de locatie
  6. Le Heron. Aan de Schalkwijkstraat bij het Lepelenburg. Bewust niks weg gooien van het beest. En alles uit de buurt halen. Nam niet voor niks een voorbeeld aan De Pronckheer. Er worden mooie dingen gemaakt. Inclusief bijzondere (mooie) en ‘natuurlijk verantwoorde’ wijnen.
  7. Het Ketelhuis op Rotsoord. Veel aandacht voor wat je op je bord krijg. Een mooie locatie. Ook bijzondere wijnen. Het kost ook wat.
  8. Brass. Midden tussen de studentencafés op het Janskerkhof is het een culinaire oase. Zowel door de kwaliteit van het eten als door de omgeving waarin je je bevindt. Je zit goed. En voor de kwaliteit wordt hard gewerkt.
  9. Goesting. Een van de mooiste plekken in de stad daar op het Veeartsenijterrrein. Lommerrijk met fijn terras. Vooral als je achter het pand een plekje kunt krijgen. Je waant je dan in Frankrijk. Of nog mooier: Italië. Uitermate geschikt voor de lunch. De rekening is niet helemaal in evenwicht met wat je eet maar een kniesoor die daar op let.
  10. Sparkling. Tikkie verborgen in de Voorstraat, vlakbij het Neude. Nu al weer iets meer ruimte om goed te zitten. Prachtig eten.
  11. Simple. Op de Lange Nieuwstraat in het pand waar vroeger Podium zat. Niet verkeerd maar wel veel pretentie. Bijzondere wijnen. En met overtuiging gekookt. Maar de rekening mag er ook zijn.
  12. Elvi zit aan de Jan van Scorelstraat vlak achter het Wilhelminapark. Is, als ik het goed heb, het enige Utrechtse restaurant met een serieuze onderscheiding van een Franse organisatie. Originele gerechten. Van allerlei wijnen op de kaart maar de kennis daarover houdt niet over. En je wordt wel heel direct toegesproken door de bediening. Als je aan de oostkant van de stad afspreekt is er bijna geen betere plek om op niveau te eten. En je kunt er meestal ook nog je auto kwijt.
  13. Karel 5 is voor de meeste mensen over de top als het gaat over prijs en aankleding. Daarom is de brasserie, in hetzelfde gebouw aan de Springweg, een prima alternatief. Mooie plek om te eten. Ook buiten op het terras is het aangenaam. En hier is het wel betaalbaar.
  14. Voor de Veldkeuken Amelisweerd moet je de stad uit. Kwartiertje fietsen. Prachtige omgeving. ’s Zomers als rondom de camping in Frankrijk. Het is beperkt kiezen uit de ‘bewuste’ gerechten. Maar de plek van zitten, ook al zit de stoel slecht, maakt dat meer dan goed. Wat een rust. Wat een weldaad zo vlakbij de stad.
  15. El Qatarijne. Aan de Mariaplaats. Ze zeggen zelf dat ze Oost en West verbinden. Dat is wel een beetje zo. Van Turkije tot Frankrijk. Wel gemotiveerd neergezet. En mooie wijn. Turkse wijn. Maar te stijf. Te duur. En het personeel is soms meer koning dan de klant.
  16. Piatto aan het Vredenburg speelt Italiaans. Maar is het niet echt. Dat stel je vast als je er zit. Wel mooie gerechten voor mooie prijzen. En het ziet er veel beter uit dan je zou vermoeden als je er voor staat.
  17. Florent aan het Visschersplein is voor Utrechtse begrippen een bijzondere zaak. Moderne omgeving. Pogingen om bijzonder eten op tafel te zetten. En een paar mooie wijnen tegen dikke prijzen. Maar het ontwikkelt zich daar niet echt.
  18. Madeleine. Op ’t Wed is dit een schot in de roos voor de ambitieuze tweeverdiener van boven de 35. De well-to-do’s krijgen hier wat ze willen. En komen elkaar tegen. Een open, heldere, zaak met een kok die er echt wat van wil maken.
  19. Keuken van Gastmaal. Gepromoveerd tot gevestigde orde. Geweldig als je van vegetarisch houdt. Maar het is wel vaak van hetzelfde op de Biltstraat. Dat geldt zeker voor de wijnen: tijd voor nieuwe kaart. Zakt een beetje weg.
  20. C’est Ca. Ideale buurtrestaurant. Daarom hangen mensen hier dan ook met de benen buiten. Bijzondere loot aan de stam. In de Bollenhofsestraat. Op de verhouding tussen prijs en kwaliteit in de stad nauwelijks te verslaan. Je ‘moet’ eten wat de pot schaft. En dat is nooit echt mis. Maar waarom je als het over wijn gaat eigenlijk ook niks te kiezen hebt snap ik niet.
  21. Wilhelminapark. Het sjieke buurthuis voor ‘ons’ ruim in de middelen zittende Utrecht-Oosters. Eten is goed klaar gemaakt. Maar uiteindelijk is het een veredeld eetcafé. Het is vooral triest dat het bij het meeste personeel ontbreekt aan professionaliteit. Zeker als het over (hun eigen) wijnen gaat.
  22. Heeren van Leeuw. Zit aan de Oudegracht halverwege de Twijnstraat. Heeft bijzondere wijnen. Kookt aardig. Niet altijd even deskundige bediening. Maar wel gemotiveerd. Een plekje waar je romantisch goed uit de voeten kunt. Zou inmiddels wel een beetje opgekalefaterd mogen worden.
  23. Goedheyd. Mooie zaak met teveel stoelen voor de ruimte die er is. Althans aan dat gevoel ontkom je niet. De prijs zouden ze mogen matigen
  24. Le Jardin. Ziet er prachtig uit. En heel veel mensen worden enthousiast van het ruime restaurant bij het Conservatorium een de Mariaplaats. Maar het is niet zo best zitten: daarvoor nodigen de stoelen niet uit. Op de kaart staan veel vegetarische gerechten.
  25. Speck aan het Ledig Erf. Uiterlijk een hele bijzonder zaak waar het vlees hangt te sterven in de kasten. Jammer dat de producten vooral grote omzet voor veel mensen moeten generen. Voor de wijn geldt dat ook. Maar daarom zit het misschien ook vol.
  26. Artisjok. Krijgt van menigeen meer veren in de kont dat hij verdient. Mooi zaakje aan de nieuwe gracht. Met bijzondere bouwsels op je bord. Maar ik snap niet altijd waar het toe dient. Meer sjiek dan goed.
  27. Bis. De energie van topzaakje in het winkelgebied vlakbij ’t Wed is er een beetje vanaf. Is meer middle-of-the-road geworden. Veel vrouwen die (klaar zijn met) winkelen. Minder keus, minder kennis en een tikkie verveeld. Maar nog altijd meer dan de moeite waard.
  28. Meneer Buscourr. Je krijgt hier op de Lange Nieuwstraat vaak meer aandacht dan waar je om vraagt. Het eten is heel behoorlijk. En er staan altijd wel een paar bijzondere wijnen op de kaart.
  29. Blij. Mooie plekje aan de Brugstraat buiten het centrum. Vlakbij de Rooie Brug. Het ziet er een beetje Portugees uit. Niet duidelijk wat het precies is. Ok eten.
  30. Bij De Keuken van Gijs aan de Voorstraat zit het altijd vol. Vooral jonge mensen die genieten van de verhouding tussen prijs en kwaliteit.
  31. Brasserie Vink. Langs de hoofdweg van Utrecht naar Zeist. Paar honderd meter achter de Berenkuil. Tussen zes en tien kun je beter reserveren. Voorspelbaar. Maar de prijs klopt bij de kwaliteit. En een flink terras. Ook als is dat bij mooi weer helemaal vol gereserveerd.
  32. Lokaal 9. Op de Trans. Mooi plekje. Vast menu. De communicatie houdt niet over. Net als de keus. En meer pretentie dan kwaliteit.
  33. Seven. Aan de Mariaplaats. Is toch net wat meer dan een eetcafé. Zitten is hier niet ideaal maar veel verschillende soorten eten en redelijke wijnen verzachten dat probleem.

 

Plekken waar je prima kunt lunchen. Natuurlijk zijn ze meestal meer dan dat. Maar ik vind ze vooral daarin de moeite waard.

  1. Het Gegeven Paard. Op het Vredenburg onderdeel van de nieuwe Muziekcentrum. Niet vanwege het eten maar de plek waar je (straks) buiten op het terras wilt zitten.
  2. Vroeg. Kwartiertje buiten de stad bij Amelisweerd. De Veldkeuken is vol. Dus dan is Vroeg een prima alternatief. Als het daar niet ook vol zit. Iets minder bewust dan de buren. Maar de voormalige boerenschuur heeft ook een wat professionelere en commerciëlere aanpak.
  3. Luden. Zakelijk gezien de allermooiste plek om te lunchen. Het eten houdt niet altijd over. Maar wordt hier, aan het Janskerkhof, gecompenseerd door de mooie klassieke omgeving. Iedere zakelijke gast zal onder de indruk zijn.
  4. Rechtbank. Draait volgens mij als een tierelier. Vooral voor jongeren en beter gesitueerden. Mooie bereikbare plek vlakbij de Dom. Met bijzonder (groot) terras onder de boom voor de ingang van de oude Rechtbank aan de Hamburgerstraat.
  5. Oudaen. De gelagzaal van dit kasteel is een lot uit de loterij. Enorme ruimte waar je alleen op zaterdag liever niet komt omdat je dan over allerlei benen struikelt. Prachtige plek waar je de geschiedenis van Utrecht kunt ‘ruiken’.
  6. Badhu. Niet voorstelbaar hoe de omgeving in de Vogelenbuurt ooit moeilijk heeft gedaan over de komst van dit restaurant. Mooi Noord-Afrikaans genieten en ‘zitten’.
  7. Stan & Co op de Ganzenmarkt is niet te versmaden, midden in de stad, aan de achterkant van het Stadhuis. Open zaak waar ze prima belegde boterhammen presenteren. Je kijkt soms je ogen uit als je het (veelal mannelijke) personeel ziet. Die droegen al baarden toen het nog niet ‘in’ was.
  8. Het Zuiden. Klagen over wat je krijgt kunt je hier vaak. Maar je zit wel op een aardige plek als je tijdens, of rondom, het winkelen iets meer wil eten dan alleen een broodje.
  9. Vers. Waarom zou je het noemen? Want dit piepkleine zaakje aan de Oudegracht, net voorbij ’t Wed richting Twijnstraat, kan maar een paar mensen herbergen. Je krijgt echt lekkere boterhammen en salades. En ik ben ervan overtuigd dat het allemaal verantwoord is.
  10. Markt. Zo moet een zaak eruit zien. Aankleder Roland van Rooij verdient daarvoor lof. Open. De kleurige groenten begroeten je. Ook goed eten. Zelfs eenvegetarische lunch waarvoor je misschien wel terug wilt komen.
  11. Bijenkorf. Behoorlijk eten. Maar, als je aan het raam gaat zitten, vooral mooi uitzicht op het Vredenburg.
  12. Orloff aan de Kade. De westkant van het Centrum heeft dit plekje allang aan het hart gedrukt. Prachtige zaak waar heel veel mensen in kunnen. Enorm terras. Bijna altijd in de zon. Bij het eten klopt de verhouding van prijs en kwaliteit. En wijn drink ik vooral ’s avonds.
  13. Le Journal. Voorspelbaarder dan dit krijg je het niet in de stad. Op het Neude. Altijd hetzelfde. Toegankelijk voor iedereen. Je zit er op je gemak.
  14. Buurten. Schot in de roos aan het eind van de Burgemeester Reigerstraat in Utrecht-Oost. Op veel momenten ontmoetingsplaats voor heel veel (hockey)moeders die met hun kinderen wachten tot papa klaar is met golfen. Dan doet het eten er niet toe.
  15. Buurten in de fabriek. Buurten heeft ook Oog-in-Al inmiddels veroverd. Klanten staan nog net niet in de rij voor de deur.

 

 

Italiaans. Achter dat woord kom ik tot zes restaurants. Dat is eigenlijk zwaar overdreven. Utrecht mist een echte Italiaanse keuken.

  1. Sardegna. Met het verdwijnen van Il Duomo op het Oud Kerkhof ontbeert deze stad een goed Italiaans restaurant. Het eten bij de Sardijn onder het stadhuis is heel vaak goed. Maar de sfeer is veel te afgemeten. En de wijn veel te duur. Maar als je echt Italiaans wilt eten is dit je enige echte kans. En als je pech hebt is het niet best.
  2. Da Porte Via. Zijn er twee. Geen echte restaurants. Dat wil zeggen: alleen heerlijke pizza. Op de Twijnstraat en op de Voorstraat.
  3. Bastacosi. Die zijn er inmiddels ook twee. Op de Jan van Scorelstraat en de Biltstraat. Houtovenpizza. Formuliertje invullen en zelf afhalen. Niet duur. Lekker. En zelfs aardige omgeving om te zitten.
  4. Cantina di David. Dit is ook echt Italiaans. En was best wel goed toen het nog Casa di David heette. Maar nu niet meer subtiel en niet bepaald goedkoop. Maar als de zon schijnt en je op het terras tegenover de Rembrandtbioscoop aan de Oudegracht kunt zitten zie je genoeg dingen die de kwaliteit van het eten minder belangrijk maken.
  5. Santa Lucia. Als je er nooit geweest bent geloof je niet wat je ziet aan de Nobelstraat. Angelo kookt niet bepaald in een opgeruimde omgeving. En het eten is ook eerder veel dan subtiel. Maar de oprechte hartelijkheid maakt veel goed ook al kun je de bediening vaak niet verstaan omdat je niet weet welke taal zij machtig zijn.
  6. Spaghetteria. Op de hoek Bilstraat en Singel. Is een soort Snackbar+ . Voor weinig geld een prima hap pasta. En zo weer de deur uit.

 

Vijf traditionele Franse restaurants.

  1. Kaatje’s. Voor de ingang van het Antoniusziekenhuis. Klein zaakje van een voormalige kok van het oude Wilhelminapark. Je weet wat je krijgt. Inclusief het commentaar. En het is altijd geïnspireerd door Frankrijk. Niet goedkoop.
  2. Le Canard. Heeft de verbouwing van de Gansstraat overleefd. Een ‘kale’ bistro zoals er maar één is in Utrecht. Beperkte keus. Leuke wijnen. Zit je prima.
  3. Chez Jaqueline. Frans-Utrecht. Veertig jaar. Nooit iets veranderd. Soort Van der Valk. Maar dan Franser. En Utrechtser.
  4. Le Bibelot. Noord-Afrika en Frankrijk komen hier samen. Het is wel heel gestapeld. En je bord voller dan het restaurant. Maar onomstotelijk vooral gedreven door wat eens het goede Franse leven was. Subtiliteit moet je hier niet verwachten.
  5. Le Clochard. Daar moet je geweest zijn. Bestaat al wel meer dan 40 jaar. In de Ridderhofstad. Tussen Nieuwe Gracht en Lepelenburg. Omdat het lekker is? Nee. Omdat het een icoon is. En je niet hoeft te klagen over wat je moet betalen.

 

Vier vleesrestaurants:

  1. Loetje. Aan het Oudkerkhof. Als je je zo laat voorstaan op biefstuk hoor je in dit lijstje. Groot. En ok. Als je van vlees bent.
  2. Gauchos. Voor de carnivoren. Onder (voormalige) bioscoop Scala, vlakbij het Stadhuis, op de Oudegracht. Niks bijzonders. Wel vlees.
  3. Boro. Volgens mij al 35 jaar vlak onder de Rembrandtbioscoop aan de Oudegracht. Er is in al die jaren niks veranderd. Helaas is onze smaak wel subtieler geworden. Maar toch: brood met knoflooksaus, heel veel soorten vlees op een bord, en Macadonisch ijs met heel veel fruit: probeer het maar eens allemaal naar binnen te werken. Oh ja: en duur is het nog steeds niet.
  4. Broadway. Aan de Oudegracht. Spareribs. En alles met vlees. Druk. En aan de prijs.

 

Drie Aziatische restaurants. Sinds een jaar of tien zijn die als ‘fusion’ ontstaan.

  1. Jasmijn en ik. Helemaal op de Kanaalstraat. Maar heel bijzonder. Opgezet door de dochter van een traditionele “Chin-ind-rest”. Prachtige subtiele gerechten. Met overtuiging gemaakt.
  2. Le-en. Nu op Heuveloord in prachtige voormalige fabriek. Was geweldig toen ze ooit begonnen op een andere plek. Is bijzondere hippe ontmoetingsoord voor veel jongeren. Maar van kwaliteit is minder sprake. Dat geldt voor eten en voor de wijn.
  3. Umami. Mooi omgetoverde kelder aan het begin van de Oudegracht (schuin tegenover Rembrandtbioscoop). Niet heel subtiel. Niet goed zitten. Wel hip. En niet slecht. Heel veel keus uit gerechten: voor ieder wat wils.

 

Drie Griekse restaurant die niet alleen maar voorspelbaar zijn:

  1. Corfu. Het ziet er niet zo ontzettend Grieks uit. Zit vlakbij ’t Wed. En is behoorlijk subtiel voor een Griek. Met ook nog heel behoorlijke wijnen.
  2. Mykonos. Aan de achterkant van het oude postkantoor bij het Neude kun je je in Griekenland wanen. Zowel als het omgeving gaat als om eten. Daar moet je dus wel van houden.
  3. Europa. Zou nooit in deze lijst staan als het niet het buurtrestaurant van Wittevrouwen was. Zit tenminste 35 jaar in de Gildstraat. Bevestigt alle vooroordelen. Maar je ontmoet wel je buurman. Als je er woont.

 

Drie Indonesisch restaurants:

  1. Blauw. Toptent aan de Springweg. Niet goedkoop. Wel goed. En dan moet je niet de rijststafel nemen. Maar aparte gerechte met de subtiele smaken. Waarbij wat mij betreft de soyasaus de kroon spant. Maakt niet uit of die op de vis of het vlees wordt geserveerd.
  2. Selemat Makan. Op de Voorstraat. Tegenover de City-bioscoop. Ziet er van buiten niet uit als typisch Indonesisch. Maar ze doen van binnen wel erg hun best. En daar maken ze menigeen blij mee.
  3. Djakarta. Op het Lucas Bolwerk. Al dertig jaar. Kun je gaan zitten. Beter meenemen. Die saus bij de loempiaatjes is goddelijk. En de nasi kuning is een prima basis voor je eten.

 

Drie Japanners. Misschien wel het lekkerste en mooiste eten dat er bestaat. Maar doordat de Japanners ‘moeten’ kiezen voor all-you-can-eat is de kwaliteit down the drain gegaan.

  1. Konichi Wah. De laatste serieuze plek om je niet vol te stoppen maar echt Japans te eten. Aan de Mariaplaats. Is de allure wel kwijt geraakt. Maar eten is goed.
  2. Maneki. Geweldige sushi. Er rustig gaan zitten doet bijna niemand (meer) op de Nachtegaalstraat.
  3. Kyushu. Hier kun je zelfs nauwelijks zitten als je het al zou willen. Omvang is niet meer dan die van een snackbar. Is zusje van Maneki op de Voorstraat. En doet er in kwaliteit niet voor onder.

 

Drie tapas-restaurants.

  1. Vintage. In de Zakkendragersteeg. Nog op enige niveau.
  2. El Mundo. Geweldig in de beginjaren. Vlakbij het Neude op de Voorstraat. Heeft toch veel het odium gekregen van veel vet eten voor weinig waarvan je ook nog behoorlijk gaat stinken. Maar met een groep zit je hier goed.
  3. Boulevard. Is meer een café. De tapas houden in kwaliteit niet allemaal over. Maar is aangename plek en ze hebben zelfs een enkele behoorlijk wijn. In Burgemeester Reigerstraat.

 

Drie Thaise restaurant.

  1. River Kwai. Zonder enige concurrentie de beste in zijn soort in Utrecht. Al dertig jaar lang. Prima curries. Maar je gaat je niet voor de gezelligheid onder dompelen in de kelder bij de Oudegracht vlakbij ’t Wed.
  2. Mahanakorn. Onder de Oude Gracht vlakbij de Vinkenburgstraat. Wordt steeds beter. Soms leuke dingen. Maar als je River Kwai gewend bent… Je zit hier wel beter dan verderop aan de Oudegracht.
  3. Yum Saap. Op de Twijnstraat. Vooral toen ze startten niet verkeerd. En zeker ook niet duur. Maar de kwaliteit wisselt nogal. Smaak en gerecht komen los van elkaar op tafel.

 

Drie visrestaurants telt de stad. Niet meer. En met het verdwijnen van Hoofjes is de beste gesneuveld.

  1. Vis en Meer. Prachtige grote zaak in de Drieharingstraat. Mooie wijnen. Prima kaart. Nu nog wat vaker goed bereiden.
  2. Kust. Prijs in prima kwaliteit wisselt. Heeft rol van buurtrestaurant op de hoek van Bilstraat en FC-Donderstraat. Nauwelijks plek om te zitten.
  3. Branding. Is zusje van De Kust aan de Croeselaan. Groot. Meer ruimte dan bij de Kust. Maar de kwaliteit van het eten is ook een minder.

 

Twee Chinese restuarants.

  1. Paradijs. Nog een paar weken dan is het weg. Want in november 2017 houdt het nier op. Ius, of was, het het enige echte Chinese restaurant in Utrecht. Op het Vredenburg eet je heerlijke gebakken kippenpoten voor weinig geld.
  2. Nieuw China. Een ‘Chin-ind-rest’ die alle slagen lijkt te overleven. Op de Biltstraat. Past zich een beetje aan maar blijft ook van de nasi- of bami-Nieuw China.

 

Twee hamburgerzaken.

  1. Meneer Smakers op de Nobelstraat maakt parels van (uitgebreide) hamburgers. Maar plan je bezoek want vaak is het vol en moet je lang wachten. Meneer Smakers zit inmiddels ook in de Twijnstraat vlak bij het Ledig Erf en op de Oude Gracht.
  2. Pickels & Burgers &Wines in de Drieharingstraat is nog net even wat meer restaurant dan Meneer Smakers. En net iets minder tot de verbeelding sprekende hamburgers. Zit inmiddels ook op hoek Singel en Biltstraat.

 

Twee Indiaase restaurants.

  1. Taj Mahal, al meer dan 30 jaar op de Zadelstraat. Beste van Utrecht in zijn soort. En was heel lang de enige. Maar over de subtiliteit zou je wel iets mogen zeggen.
  2. Ghandi. Aan de Oude Gracht tegenover Il Pozzo. Als je niet naar Thaj Mahal wilt hoef je hier ook niet echt te klagen.

 

Twee Surinaamse restaurants.

  1. Pomo in de Wittevrouwenstraat is al meer dan 25 jaar hét begrip als het over Surinaams gaat. Niet alleen vanwege het lekkere, als je wilt pittige, Surinaamse eten. Maar ook vanwege de relaxte sfeer door de houding van het personeel.
  2. Sweetie. Zit ook al jaren in de Predikherenstraat. Niks mis mee.

 

Amerikaans.

Americana. Op de Catharijnebrug. Ben er eerlijk gezegd nog nooit geweest. Maar staat zich voor op creatieve Amerikaanse keuken. Cheescake lijkt me wel wat. Maar verder: Amerikaans?

 

Afghaans.

Ben er niet geweest maar we hebben het wel: Afghaans restaurant aan de Oude Gracht. Darah heet het. Krijgt goede recensies. Maar is nieuw: kan ook gemanipuleerd zijn.

 

Duits.

Kartoffel. Toptent als je het over prijs-kwaliteit hebt. Mooie snitzel voor 10 euro. Goed bier. En echt Duits. Als je voor de deur staat op de Oude Gracht twijfel je misschien of je naar binnen moet gaat. Maar als je weet dat je ‘Duitsers” bezoekt kun je hier zomaar in een Biergarten wanen.

 

Mexicaans.

Popocatepetl. Ook al 30 jaar een begrip. Aan de Nobelstraat. Het nieuwe en bijzondere is eraf. En de energie die daarbij hoort ook. Maar het is mooi voorspelbaar eten voor een redelijke prijs. Zeker met je kinderen.

 

Spaans.

De tapas-restaurants zullen zeggen dat ze Spaans zijn. Maar dat vind ik niet. We missen echte Spaanse restaurants in Utrecht. Tortilla Es op de Tulpstraat is daar een uitzondering op. Maar daar is het vooral bedoelt om mee te nemen. Als je gaat zitten voel je toch vooral de snackbar die het was. Maar de gerechten zijn echt Spaans. En geen tapas.

 

Syrisch.

Syr aan de Lange Nieuwstraat. Altijd vol. Ik heb er tenminste nog niet kunnen reserveren. En lees er prachtige recensies over. Maar die zijn wel erg politiek correct blijkt als ik praat met mensen die er geweest zijn. Die worden niet blij van de smakeloosheid van wat het wordt voorgezet.

 

Turks.

Selina. In de Mariastraat. Is meer van gerechten en minder van mezes.

 

Vegetarisch.

In de meeste betere restaurants kun je wel vegetarisch eten krijgen. Maar er zijn er een paar die alleen maar daarvan zijn. En die verdienen een apart plekje. Al meer dan 40 jaar is dat De Werfkring aan de Oude Gracht. Maar sinds kort ook Broei aan de Oosterkade. Voor wie denkt dat jongeren tegenwoordig geen geitenwollensokken meer zijn: ga kijken.

 

Vietnamees.

Saigon. De eerste en de enige in de stad. In de Voorstraat. Mooie gerechten. Prima plek om anderhalf uur te zitten met vrouw en kinderen.

 

Bijzonder in de buurt.

1.De Club aan de Europalaan. Leuke ‘kraakzaak’. Behoorlijk eten. Losse omgeving. Maar van wijn hebben ze niet veel verstand.

2.Colour Kitchen. Bijzondere plek aan de Oudegracht. Een multiculturele poging voor en achter het ‘keukenluik’. Waar jongeren met weinig mogelijkheden kansen krijgen en ‘wij’ redelijk te eten krijgen.

3.Smoesjes. In Oog en Al. Nooit bereisd. Maar de buurt is blij. Zo leest het.

4.Kantien. Aan de Ravellaan. Bijzonder: in het voormalige gebouw van de gemeente. De enorme kantine ademt losse sfeer van tijdelijke bewoning. En het eten doet net een beetje meer dan dat.

 

Vijf wijnbars.

  1. Wijnbar VinVin. Aan de Predikherenstraat heeft een mooie sortering betaalbare wijnen en de hapjes die je erbij krijgt zijn heel behoorlijk. Weinig pretentie. Behoorlijk voeten op de vloer. De beste in Nederland in 2016.
  2. Wijnbar Levebre. Op het Neude. Hier vindt je de meisjes van 25-35 waarvan de mannen in de kroegen ernaast komen. Veel pretenties. Behoorlijk prijzen. Maar ook bijzondere wijnen. En hapjes die ook niet goedkoop zijn. Mooie zaak. De beste in Nederland in 2015.
  3. Zies. Wijnbar. De wijn is goed. De hapjes soms ook. Maar iets te popy. Op Twijnstaat vlakbij Ledig Erf.
  4. Talud 9 aan het wed is voor koffie en eten. Maar ook en vooral een wijnbar. Hier zetten ze je echte mooie glazen goede wijn voor. Bijzonder plekje.
  5. Gastmaal Café. Op de Hoek van Grifstraat en Kleine Singel. Ze hangen er vanaf het begin met de benen buiten. Terwijl het allemaal niet over houdt. Maar met zo’n wijk achter je kom je ver.

 

Zeven restaurants buiten de stad die de moeite waard zijn om naartoe te ‘fietsen’.

  1. Pronckheer in Cothen. Niet in de laatste plaats omdat het een goede vriend is. Hij maak bijzonder eten. Bijna alles uit de buurt. Zelf gemaakt. Slow food en no waste. En als je van prachtige, zelfgemaakte digestieven houdt, moet je hier zijn.
  2. Heemstede in Houten. Is een voorname, dure, topplek. Zeker als je ‘het’ zakelijk doet.
  3. Hoefslag in Bosch en Duin. Iets teveel pretenties. Wel niveau. Mooie wijnen. Nu nog mensen die er geen lulverhalen bij vertellen.
  4. La Provence in Driebergen. Is de fietstocht waard. Echt op de Franse leest geschoeid. Maar ook hier moet je je portemonnee niet vergeten.
  5. Huis de Wiers in Nieuwegein. Mooie, bijzondere, zaak aan het water. Verfijnde gerechten en niet alleen maar alledaagse wijnen.
  6. Groenland in Driebergen. Top voor vegetariërs. En aangename plek.
  7. Anak Depok. In Den Dolder. Hier zijn de prachtige smaken van Blauw ontstaan. Alleen in Den Haag hebben ze betere Indonesische zaken.

    Geert Wijnhoven

Comments are closed.