116 ‘eetbare’ plekken in Utrecht voor 2019

Posted on: november 2nd, 2018 by bosswijnhoven

Plekken om te dineren. In deze lijst ‘serieuze’ restaurants die zich op een of andere manier onderscheiden.

  1. L’ami Jac. Je hebt niet veel te kiezen, maar wat je kunt krijgen is altijd om over na te praten. Bijzonder dat deze zaak niet vol zit op alle dagen dat hij open is. Nog steeds het beste restaurant van de stad. Omdat Jac veel mooie dingen doet met bijzondere producten. En sommelier Marinus is een man die ervoor gaat. Maar het is slechts een pijpenlaatje (op de Burgemeester Reigerstraat). Eigenlijk gun je Jac een grote zaak. Maar daar zit hij zelf, geloof ik, niet op te wachten. Staat bij de 500 beste van ‘Lekker’ en de 250 van ‘Inside Iens’.
  2. Concours. Waar vroeger ‘De Baas’ zat aan de Biltstraat. Bewust, verantwoord en origineel. Frans-achtig. Wijn die, meestal, zijn prijs waard is. Enthousiaste bediening. Mag wel wat minder formeel. Staat bij de 500 beste van ‘Lekker’ en de 250 van ‘Inside Iens’.
  3. WT Urban Kitchen 10de. De bovenste verdieping van de watertoren op Heuveloord. Romantischer kan bijna niet als het donker is en de lichtjes buiten aan zijn. Goddelijk uitzicht op de achterkant van de stad. Het eten haalt dat niveau niet, maar kan er mee door. Dankt zijn hoge plek op de lijst aan zijn locatie. Je moet wel ver van tevoren reserveren. Want als je niet een tafeltje hebt op die hoogste verdieping is het allemaal een stuk minder interessant. Staat bij de 500 beste van ‘Lekker’.
  4. Karel V. Een sjiekere plek om te eten is er niet in Utrecht. ‘Oude’ kwaliteit is hier wat de klok slaat. Mooi eten en top wijnen. Vlakbij Hoog Catharijne. Er is ook geen plek waar je meer moet betalen. Staat bij de 500 beste van ‘Lekker’ en de 250 van ‘Inside Iens’.
  5. Héron. Aan de Schalkwijkstraat bij het Lepelenburg. Bewust niks weggooien van het beest. En alles uit de buurt halen. Nam niet voor niks een voorbeeld aan Arjan Smit van De Pronckheer in Cothen. Er worden mooie dingen gemaakt. Inclusief bijzondere (mooie) en ‘natuurlijk’ verantwoorde wijnen.
  6. Het Ketelhuis op Rotsoord. Veel aandacht voor wat je op je bord krijg. De bediening door de ‘geschorten’ is wat veel van het goede. Net als de prijzen. Maar een mooie locatie. En niet alleen alledaagse wijnen. Staat bij de 500 beste van ‘Lekker’ en de 250 van ‘Inside Iens’.
  7. Brass. Midden tussen de studentencafés op het Janskerkhof is het een culinaire oase. Zowel door de kwaliteit van het eten als door de omgeving waarin je je bevindt. Je zit goed. Ook als je met zijn vieren of zessen bent. Ze doen hun best om je de ruimte te geven die je nodig hebt. En de prijs past bij wat je ziet en voelt. Is de hoogst genoteerde ‘Utrechter’ in de 250 van ‘Inside Iens’
  8. Goesting. Een van de mooiste plekken in de stad. Op het voormalige Veeartsenijterrein aan het einde van de Poortstraat. Lommerrijk, met fijn terras. Vooral als je in de zomer achter het pand een plekje kunt krijgen. Je waant je dan in Frankrijk. Of nog mooier: Italië. Uitermate geschikt voor de lunch. Goede plek om af te spreken, omdat hij zeven dagen in de week open is voor lunch en diner. En de rekening? Ach.
  9. De Zagerij. Zusje van Het Ketelhuis op Rotsoord. Betaalbaarder en toegankelijker dan de zus. Mooi eten. Je voelt daar hoe de stad aan de zuidkant van het centrum ‘uit zijn voegen barst’. Lekkere plek.
  10. Simple. Zit op de plek waar tot begin 2018 Podium onder de Dom zat. Niet verkeerd maar wel veel pretentie. Heel veel pretentie. Bijzondere wijnen. Er wordt met overtuiging gekookt. Maar kijk na afloop niet naar de rekening. Want die combinatie klopt niet. Staat bij de 500 beste van ‘Lekker’ en de 250 van ‘Inside Iens’.
  11. Elvi zit aan de Jan van Scorelstraat, vlak achter het Wilhelminapark. Is, als ik het goed heb, het enige Utrechtse restaurant met een serieuze onderscheiding van een Franse organisatie. Originele gerechten. Er staan van allerlei wijnen op de kaart, maar de kennis daarover bij het personeel houdt niet over. En je wordt soms wel heel direct toegesproken door de bediening. Als je aan de oostkant van de stad afspreekt, is er bijna geen betere plek om op niveau te eten. En je kunt er meestal ook nog je auto kwijt.
  12. Goeie Louise. Karel V is voor de meeste mensen over de top als het gaat over prijs en aankleding. Daarom is de brasserie, in hetzelfde gebouw aan de Springweg, een prima alternatief. Mooie plek om te eten. Ook buiten op het terras is het aangenaam. En hier is het wel betaalbaar.
  13. Voor de Veldkeuken Amelisweerd moet je de stad uit. Kwartiertje fietsen. Prachtige omgeving. ’s Zomers is het als rondom een camping in Frankrijk. Het is beperkt kiezen uit de ‘bewuste’ gerechten. Maar de omgeving, ook al zit de stoel slecht, maakt dat meer dan goed. Wat een rust. Wat een weldaad, zo vlakbij de stad.
  14. El Qatarijne. Aan de Mariaplaats. Ze zeggen zelf dat ze Oost en West verbinden. Dat is wel een beetje zo. Van Turkije tot Frankrijk. Wel gemotiveerd neergezet. En mooie, Turkse wijn. Maar te stijf. Te duur. En het personeel is meer koning dan de klant. Staat bij de 500 beste van ‘Lekker’ en de 250 van ‘Inside Iens’.
  15. Piatto aan het Vredenburg speelt Italiaans. Maar is het niet echt. Dat stel je vast als je er zit. Mooie gerechten voor mooie prijzen. En het ziet er binnen veel beter uit dan het van buiten oogt.
  16. Florent aan het Visschersplein is voor Utrechtse begrippen een bijzondere zaak. Moderne omgeving. Pogingen om bijzonder eten op tafel te zetten. En een paar mooie wijnen tegen dikke prijzen. Maar het ontwikkelt zich daar niet echt.
  17. Madeleine. Op ’t Wed is dit een schot in de roos voor de ambitieuze tweeverdiener van boven de 35. De well-to-do’s krijgen hier wat ze willen. En komen elkaar tegen. Een open, heldere, zaak met een kok die er echt wat van wil maken.
  18. Keuken van Gastmaal. Gepromoveerd tot gevestigde orde. Geweldig als je van vegetarisch houdt. Maar het is wel vaak van hetzelfde op de Biltstraat. Dat geldt zeker voor de wijnen: tijd voor nieuwe kaart. Zakt een beetje weg.
  19. The Green House op de Croeselaan vlakbij de Rabobank. Ik ben er zelf nog niet geweest maar hoor bijzondere verhalen. Ze gebruiken voor zichzelf de term Urban Farm. Een demontabele kas met producten uit de regio. Werkt ook nog samen met de Colour Kitchen: 20 procent van het personeel bestaat uit mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Staat bij de 500 beste van ‘Lekker’.
  20. C’est Ca. Het ideale buurtrestaurant, in de Bollenhofsestraat. Daarom hangen mensen hier met de benen buiten. Bijzondere loot aan de stam. Op de verhouding tussen prijs en kwaliteit in de stad nauwelijks te verslaan. Je ‘moet’ eten wat de pot schaft. En dat is nooit echt mis. Als het over wijn gaat, zouden ze toch echt wat meer te kiezen moeten geven.
  21. Wilhelminapark. Het sjieke buurthuis voor ‘ons’ ruim in de middelen zittende Utrecht-Oosters. Eten is goed klaar gemaakt. Maar uiteindelijk is het een veredeld eetcafé. Het is vooral triest dat het bij het meeste personeel ontbreekt aan professionaliteit. Zeker als het over (hun eigen) wijnen gaat. Staat bij de 500 beste van ‘Lekker’.
  22. Heeren van Leeuw. Zit aan de Oudegracht, halverwege de Twijnstraat. Heeft bijzondere wijnen. Kookt aardig. Niet altijd even deskundige bediening. Maar wel gemotiveerd. Een plekje waar je romantisch goed uit de voeten kunt. Zou inmiddels wel een beetje opgekalefaterd mogen worden.
  23. De Goedheyd. Mooie zaak met te veel stoelen voor de ruimte die er is. Althans aan dat gevoel ontkom je niet. De prijs zouden ze mogen matigen
  24. Le Jardin. Ziet er prachtig uit. En heel veel mensen worden enthousiast van het ruime restaurant bij het Conservatorium aan de Mariaplaats. Maar het is niet zo best zitten: daarvoor nodigen de stoelen niet uit. Op de kaart staan veel vegetarische gerechten.
  25. Metro. Een van die gloednieuwe zaken bij het nieuwe Hoog Catharijne. Aan de Jaarbeurskant. Je kunt er altijd terecht. De hele dag. Voor lunch en diner. Het heeft een enorm terras. En heel behoorlijk, niet alleen maar voorspelbaar eten. Ideale plek om af te spreken met mensen die elders uit Nederland komen en weer terug moeten. Er een romantisch afspraak hebben zal niet meevallen.
  26. Danel. Net zo’n plek als Metro. Maar dan aan de stadskant van Hoog Catharijne. Onder het Muziekcentrum. Amerikaanse uitstraling. Enorm en voor iedereen toegankelijk. Niet heel grote happen. Wel heel behoorlijk. Als ze het tenminste voor elkaar krijgen met personeel. Want als je iedere keer nieuwe mensen moet inwerken, komt het niet goed.
  27. De Artisjok. Krijgt van menigeen meer veren in de kont dat hij verdient. Mooi zaakje aan de nieuwe gracht. Met bijzondere bouwsels op je bord. Maar ik snap niet altijd waar het toe dient. Meer sjiek dan goed.
  28. Bis. De energie van het topzaakje in het winkelgebied vlakbij ’t Wed is er een beetje vanaf. Is meer middle of the road geworden. Veel vrouwen die (klaar zijn met) winkelen. Minder keus, minder kennis en een tikkie verveeld. Maar nog altijd meer dan de moeite waard.
  29. Meneer Buscourr. Je krijgt hier op de Lange Nieuwstraat vaak meer aandacht dan waar je om vraagt. Het eten is heel behoorlijk. En er staan altijd wel een paar bijzondere wijnen op de kaart.
  30. Fico. Veel pretentie die niet wordt waargemaakt. Niet goedkoop. Wel leuk zitten aan de Veilinghaven. Het Italiaanse zie je niet altijd. Is misschien ook niet de bedoeling.
  31. Bij De Keuken van Gijs aan de Voorstraat zit het altijd vol. Vooral jonge mensen die genieten van de verhouding tussen prijs en kwaliteit.
  32. Seven. Aan de Mariaplaats. Is toch net wat meer dan een eetcafé. Zitten is hier niet ideaal, maar veel verschillende soorten eten en redelijke wijnen verzachten dat probleem.


Plekken waar je prima kunt lunchen. Meestal meer dan dat. Maar ik vind ze vooral daarin de moeite waard.

  1. Het Gegeven Paard. Op het Vredenburg onderdeel van TivoliVredenburg. Niet vanwege het eten, maar de plek waar je (buiten op het terras wilt zitten.
  2. Vroeg. Kwartiertje buiten de stad bij Amelisweerd. De Veldkeuken is vol. Dus dan is Vroeg een prima alternatief. Als het daar niet ook vol zit. Iets minder bewust dan de buren. Maar de voormalige boerenschuur heeft ook een wat professionelere en commerciëlere aanpak.
  3. Luden. Zakelijk gezien mooie plek om te lunchen. Het eten houdt niet altijd over. Maar dat wordt hier, aan het Janskerkhof, gecompenseerd door de mooie klassieke omgeving. Iedere zakelijke gast zal onder de indruk zijn.
  4. De Rechtbank. Vooral voor jongeren en beter gesitueerden. Goed bereikbare plek vlakbij de Dom. Met bijzonder (groot) terras onder de boom, voor de ingang van de oude Rechtbank aan de Hamburgerstraat.
  5. Meneer Vink. Langs de provinciale weg van Utrecht naar Zeist. Paar honderd meter voorbij de Berenkuil. Tussen zes en tien kun je beter reserveren. Voorspelbaar. Maar de prijs klopt bij de kwaliteit. En een flink terras. Ook al is dat bij mooi weer helemaal vol gereserveerd.
  6. Oudaen. De gelagzaal van dit kasteel is een lot uit de loterij. Enorme ruimte waar je alleen op zaterdag liever niet komt, omdat je dan over allerlei benen struikelt. Prachtige plek waar je de geschiedenis van Utrecht kunt ‘ruiken’.
  7. Badhu. Niet voorstelbaar hoe de omgeving in de Vogelenbuurt ooit moeilijk heeft gedaan over de komst van dit restaurant. Heeft zijn omgeving tot leven gebracht. Mooi Noord-Afrikaans genieten en ‘zitten’.
  8. Stan & Co op de Ganzenmarkt is niet te versmaden, midden in de stad, aan de achterkant van het Stadhuis. Open zaak waar ze prima belegde boterhammen presenteren. Je kijkt soms je ogen uit als je het (veelal mannelijke) personeel ziet. Die droegen al baarden toen het nog niet ‘in’ was.
  9. Het Zuiden. Klagen over wat je krijgt, zul je hier vaak. Maar je zit wel op een aardige plek als je tijdens, of rondom, het winkelen iets meer wil eten dan alleen een broodje.
  10. Vers. Waarom zou je het noemen? Want dit piepkleine zaakje aan de Oudegracht, net voorbij ’t Wed richting Twijnstraat, kan maar een paar mensen herbergen. En die zitten er altijd al. Je krijgt echt lekkere boterhammen en salades. En ik ben ervan overtuigd dat het allemaal verantwoord is.
  11. Markt. Zo moet een zaak eruit zien. Aankleder Roland van Rooij verdient daarvoor lof. Open. De kleurige groenten begroeten je. Ook goed eten. Zelfs een vegetarische lunch waarvoor je misschien wel terug wilt komen.
  12. Bijenkorf. Behoorlijk eten. Maar, als je aan het raam gaat zitten, vooral mooi uitzicht op het Vredenburg.
  13. Orloff aan de Kade. De westkant van het Centrum heeft dit plekje allang aan het hart gedrukt. Prachtige zaak waar heel veel mensen in kunnen. Enorm terras. Bijna altijd in de zon. Bij het eten klopt de verhouding van prijs en kwaliteit. En wijn drink ik gelukkig vooral ’s avonds en niet tijdens de lunch.
  14. Le Journal. Voorspelbaarder dan dit krijg je het niet in de stad. Op het Neude. Altijd hetzelfde. Toegankelijk voor iedereen. Je zit er op je gemak.
  15. Buurten. Schot in de roos aan het eind van de Burgemeester Reigerstraat in Utrecht-Oost. Op veel momenten ontmoetingsplaats voor heel veel (hockey)moeders, die met hun kinderen wachten tot papa klaar is met golfen. Dan doet het eten er niet toe.
  16. Buurten in de Fabriek. Buurten heeft ook Oog-in-Al inmiddels veroverd. Klanten staan nog net niet in de rij voor de deur.


Italiaans. Achter dat woord kom ik tot vijf restaurants. Dat is eigenlijk zwaar overdreven. Utrecht mist een echte Italiaanse keuken.

  1. Da Porte Via. Zijn er twee. Geen echte restaurants. Dat wil zeggen: alleen heerlijke pizza. Op de Twijnstraat en op de Voorstraat.
  2. Bastacosi. Daar zijn er inmiddels ook twee van. Op de Jan van Scorelstraat en de Biltstraat. Houtovenpizza. Formuliertje invullen en zelf afhalen. Niet duur. Lekker. En zelfs aardige omgeving om te zitten.
  3. Cantina di David. Echt Italiaans. En was best wel goed toen het nog Casa di David heette. Nu niet meer subtiel en niet bepaald goedkoop. Maar als de zon schijnt en je op het terras tegenover de Rembrandtbioscoop aan de Oudegracht kunt zitten, zie je genoeg dingen die de kwaliteit van het eten minder belangrijk maken.
  4. Santa Lucia. Als je er voor het eerst komt, geloof je niet wat je ziet aan de Nobelstraat. Angelo kookt niet bepaald in een opgeruimde omgeving. En het eten is ook eerder veel dan subtiel. Maar de oprechte hartelijkheid maakt veel goed, ook al kun je de bediening vaak niet verstaan omdat je niet weet welke taal zij machtig zijn.
  5. Spaghetteria. Op de hoek Bilstraat en Singel. Is een soort Snackbar+. Voor weinig geld een prima hap pasta. En zo weer de deur uit. Binnen en buiten minstens twee keer per avond stampvol.


Vijf Japanners. Misschien wel het lekkerste en mooiste eten dat er bestaat. Maar doordat de Japanners ‘moeten’ kiezen voor all you can eat is de kwaliteit down the drain gegaan. Er zijn er nog een paar over en een paar teruggekomen.

  1. Don Dining Kounosuke aan de Westerkade. Nieuw in 2018. Proberen het op een originele manier weer echt een beetje Japans te maken. Mooi subtiel eten. Maar niet geschikt voor een romantische afspraak. Als je twee uur kunt blijven zitten, heb je wel heer erg je best gedaan.
  2. Konnichi Wah. De laatste serieuze plek om je niet vol te stoppen maar echt Japans te eten. Aan de Mariaplaats. Is de allure wel kwijtgeraakt. Maar eten is goed.
  3. Maneki. Geweldige sushi. Er rustig gaan zitten, doet bijna niemand (meer) op de Nachtegaalstraat.
  4. Kyushu. Hier kun je zelfs nauwelijks zitten, als je het al zou willen. Omvang is niet meer dan die van een snackbar. Is zusje van Maneki op de Voorstraat. En doet er in kwaliteit niet voor onder.
  5. Samju Ramen. Op de Voorstraat. Geweldig roept iedereen. Als je tenminste van Ramen houdt. En dat doe ik toevallig niet.


Vijf traditionele Franse restaurants.

  1. Zocher aan het Lucasbolwerk. Traditioneel Frans. Tikkie chic. Mooie wijnen. Ik kom er geen studenten tegen. Niet voor en niet achter de bar. Dat valt op.
  2. Kaatje’s. Voor de ingang van het Antoniusziekenhuis. Klein zaakje van een voormalige kok van het oude Wilhelminapark. Je weet wat je krijgt. Inclusief het commentaar. En het is altijd geïnspireerd door Frankrijk. Niet goedkoop.
  3. Le Canard. Heeft de verbouwing van de Gansstraat overleefd. Een ‘kale’ bistro zoals er maar één is in Utrecht. Beperkte keus. Leuke wijnen. Zit je prima.
  4. Le Bibelot. Noord-Afrika en Frankrijk komen hier samen. Het is wel heel gestapeld. En je bord voller dan het restaurant. Maar onomstotelijk vooral gedreven door wat eens het goede Franse leven was. Subtiliteit moet je hier niet verwachten.
  5. Le Clochard. Daar moet je geweest zijn. Bestaat al meer dan 40 jaar. In de Ridderhofstad, tussen Nieuwe Gracht en Lepelenburg. Omdat het lekker is? Nee. Omdat het een icoon is. En je niet hoeft te klagen over wat je moet betalen.

 
Vijf vleesrestaurants.

  1. Loetje. Aan het Oudkerkhof. Als je je zo laat voorstaan op biefstuk hoor je in dit lijstje. Groot. En ok. Als je van vlees bent.
  2. Meat & More. In de Mariastraat. Tap aan de tafel. Vlees is prima.
  3. Gauchos. Voor de carnivoren. Onder (voormalige) bioscoop Scala, vlakbij het Stadhuis, op de Oudegracht. Niks bijzonders. Wel vlees.
  4. Boro. Volgens mij al 35 jaar vlak onder de Rembrandtbioscoop aan de Oudegracht. Er is in al die jaren niks veranderd. Helaas is onze smaak wel subtieler geworden. Maar toch: brood met knoflooksaus, heel veel soorten vlees op een bord, en Macedonisch ijs met heel veel fruit: probeer het maar eens allemaal naar binnen te werken. Oh ja: en duur is het nog steeds niet.
  5. Broadway. Aan de Oudegracht. Spareribs. En alles met vlees. Druk. En aan de prijs.


Vier visrestaurants telt de stad. Niet meer. En toen, inmiddels al jaren geleden, Hoofjes sneuvelde, is de ‘beste’ niet meer.

  1. Seafood Bar op het Stationsplein bij Hoog Catharijne. Mooi vormgegeven zaak. Prachtige vissen. Een paar heel mooie wijnen. Maar wel echt veel te duur.
  2. Vis en Meer. Prachtige grote zaak in de Drieharingstraat. Mooie wijnen. Prima kaart. Nu nog wat vaker goed bereiden. Staat bij de beste 500 van ‘Lekker’.
  3. De Kust. Heeft hoog frituur-gehalte; dus neem dingen die daar niet uit (kunnen) komen. Heeft rol van buurtrestaurant op de hoek van Bilstraat en FC-Donderstraat. Nauwelijks plek om te zitten.
  4. Branding. Is zusje van De Kust aan de Croeselaan. Groot. Meer ruimte dan bij de Kust. Maar de kwaliteit van het eten is een minder.


Vier Aziatische restaurants. Sinds een jaar of tien zijn die als ‘fusion’ ontstaan.

  1. Jasmijn en Ik. Helemaal op de Kanaalstraat. Maar heel bijzonder. Opgezet door de dochter van een traditionele “Chin-ind-rest”. Prachtige subtiele gerechten. Met overtuiging gemaakt.
  2. Dim Sum Bar Pacifica in de Jacobsstraat is geen plek om romantisch te gaan zitten. Maar als je vroeger naar Paradijs op het Vredenburg ging, wijk je vanzelf uit naar deze echt Chinese zaak. Geen plek die op dat niveau kan wedijveren in de stad. En prima Chinese gerechten tegen mooie prijzen.
  3. Le-en. Nu op Heuveloord in prachtige voormalige fabriek. Was geweldig toen ze ooit begonnen op een andere plek. Is bijzonder hippe ontmoetingsoord voor veel jongeren. Maar van kwaliteit is minder sprake. Dat geldt voor eten en voor de wijn.
  4. Umami. Mooi omgetoverde kelder aan het begin van de Oudegracht (schuin tegenover Rembrandtbioscoop). Niet heel subtiel. Niet goed zitten. Wel hip. En niet slecht. Heel veel keus uit gerechten: voor elk wat wils.


Drie Griekse restaurant die niet voorspelbaar zijn.

  1. Corfu. Het ziet er niet zo ontzettend Grieks uit. Zit vlakbij ’t Wed. En is behoorlijk subtiel voor een Griek. Met ook nog heel behoorlijke wijnen.
  2. Mykonos. Aan de achterkant van het oude postkantoor bij het Neude kun je je in Griekenland wanen. Zowel als het om de omgeving gaat als om eten. Daar moet je dus wel van houden.
  3. Europa. Zou nooit in deze lijst staan als het niet het buurtrestaurant van Wittevrouwen was. Zit tenminste 35 jaar in de Gildstraat. Bevestigt alle vooroordelen. Maar je ontmoet wel je buurman. Als je er woont.

 
Drie Indonesisch restaurants.

  1. Blauw. Was toptent aan de Springweg. Niet goedkoop. Wel goed. En dan moet je niet de rijststafel nemen. Maar aparte gerechte met de subtiele smaken. Waarbij wat mij betreft de sojasaus de kroon spant. Maakt niet uit of die op de vis of het vlees wordt geserveerd. Maar is onder de nieuwe eigenaar commerciëler geworden. Minder te kiezen. En je wordt als klant sneller eruit gewerkt.
  2. Selemat Makan. Op de Voorstraat. Tegenover de City-bioscoop. Ziet er van buiten niet uit als typisch Indonesisch. Maar ze doen van binnen wel erg hun best. En daar maken ze menigeen blij mee.
  3. Djakarta. Op het Lucas Bolwerk. Al dertig jaar. Kun je gaan zitten. Beter meenemen. Die saus bij de loempiaatjes is goddelijk. En de nasi kuning is een prima basis voor je eten.

 
Drie tapas-restaurants.

  1. Vintage. In de Zakkendragersteeg. Nog enige op niveau.
  2. El Mundo. Geweldig in de beginjaren. Vlakbij het Neude op de Voorstraat. Heeft toch veel het odium gekregen van veel vet eten voor weinig, waarvan je ook nog behoorlijk gaat stinken. Maar met een groep zit je hier goed.
  3. Boulevard. Is meer een café. De tapas houden in kwaliteit niet allemaal over. Maar is aangename plek en ze hebben zelfs een enkele behoorlijk wijn. In Burgemeester Reigerstraat.

 
Drie Thaise restaurant.

  1. River Kwai. Zonder enige concurrentie de beste in zijn soort in Utrecht. Al dertig jaar lang. Prima curries. Maar je gaat je niet voor de gezelligheid onderdompelen in de kelder aan de Oudegracht vlakbij ’t Wed.
  2. Mahanakorn. Onder de Oude Gracht vlakbij de Vinkenburgstraat. Wordt steeds beter. Soms leuke dingen. Maar als je River Kwai gewend bent… Je zit hier wel beter dan verderop aan de Oudegracht.
  3. Yum Saap. Op de Twijnstraat. Vooral toen ze startten niet verkeerd. En zeker ook niet duur. Maar de kwaliteit wisselt nogal. De smaken in de gerechten vormen geen eenheid.

 
Twee hamburgerzaken.

  1. Meneer Smakers op de Nobelstraat maakt parels van (uitgebreide) hamburgers. Maar plan je bezoek, want vaak is het vol en moet je lang wachten. Meneer Smakers zit inmiddels ook in de Twijnstraat vlakbij het Ledig Erf en op de Oude Gracht.
  2. Pickels & Burgers & Wines in de Drieharingstraat is nog net even wat meer restaurant dan Meneer Smakers. En net iets minder tot de verbeelding sprekende hamburgers. Zit inmiddels ook op hoek Singel en Biltstraat.


Twee Indiase restaurants.

  1. Taj Mahal, al meer dan 30 jaar op de Zadelstraat. Beste van Utrecht in zijn soort. En was heel lang de enige. Maar over de subtiliteit zou je wel iets mogen zeggen.
  2. Ghandi. Aan de Oude Gracht tegenover Il Pozzo. Als je niet naar Thaj Mahal wilt, heb je hier ook niet echt te klagen.

 
Twee Surinaamse restaurants.

  1. Pomo in de Wittevrouwenstraat is al meer dan 25 jaar hét begrip als het over Surinaams gaat. Niet alleen vanwege het lekkere, als je wilt pittige, Surinaamse eten. Maar ook vanwege de relaxte sfeer dankzij de houding van het personeel.
  2. Sweetie. Zit ook al jaren in de Predikherenstraat. Niks mis mee.

 
Amerikaans.
Americana. Op de Catharijnebrug. Ben er eerlijk gezegd nog nooit geweest. Maar staat zich voor op creatieve Amerikaanse keuken. Cheesecake lijkt me wel wat. Maar verder: Amerikaans?

 
Afghaans.
Darah. Ben er niet geweest maar we hebben het dus wel: een Afghaans restaurant. Aan de Oude Gracht. Krijgt goede recensies. Maar is nieuw: kan ook gemanipuleerd zijn.


Duits.
Kartoffel. Prima als je het over prijs-kwaliteit hebt. Mooie schnitzel. Tegenwoordig voor meer dan 11 euro. Goed bier. En echt Duits. Als je voor de deur staat op de Oude Gracht twijfel je misschien of je naar binnen moet gaat. Maar als je weet dat je ‘Duitsers’ bezoekt kun je hier zomaar in een Biergarten wanen.

 
Mexicaans.
Popocatepetl. Ook al 30 jaar een begrip. Aan de Nobelstraat. Het nieuwe en bijzondere is eraf. En de energie die daarbij hoort ook. Maar het is mooi voorspelbaar eten voor een redelijke prijs. Zeker met je kinderen.


Spaans.
De tapas-restaurants zullen zeggen dat ze Spaans zijn. Maar dat vind ik niet. We missen echte Spaanse restaurants in Utrecht. Tortilla Es op de Tulpstraat is daar een uitzondering op. Maar daar is het vooral bedoeld om mee te nemen. Als je gaat zitten voel je toch vooral de snackbar die het was. Maar de gerechten zijn echt Spaans. En geen tapas.


Syrisch.
Syr aan de Lange Nieuwstraat. Altijd vol. Ik heb er tenminste nog niet kunnen reserveren. En lees er prachtige recensies over. Maar die zijn wel erg politiek correct, blijkt als ik praat met mensen die er geweest zijn. Die worden niet blij van de smakeloosheid van wat hen wordt voorgezet.


Turks.
Selina. In de Mariastraat. Is meer van gerechten en minder van mezes.


Vegetarisch (terwijl ik aan veganistisch nog niet toekom of aan durf).

  1. In de meeste betere restaurants kun je wel vegetarisch eten krijgen. Maar er zijn er een paar die alleen maar daarvan zijn. En die verdienen een apart plekje. Al meer dan 40 jaar is dat De Werfkring aan de Oude Gracht.
  2. Maar sinds kort ook Broei aan de Oosterkade. Voor wie denkt dat jongeren tegenwoordig geen geitenwollensokken meer zijn: ga kijken.


Vietnamees.

  1. Saigon. De eerste en lange tijd de enige in de stad. In de Voorstraat. Mooie gerechten. Prima plek om anderhalf uur te zitten met vrouw en kinderen.
  2. Wat dichter bij het Neude, op de Voorstraat, is eind 2017 ook Anan Saigon gekomen. Je waant je daar, door zijn aankleding, zomaar in een toeristisch restaurant in Vietnam. Lekkere hapjes. En niet duur.


Bijzonder in de buurt.

  1. De Club aan de Europalaan. Leuke ‘kraakzaak’. Behoorlijk eten. Losse omgeving. Maar van wijn hebben ze niet veel verstand.
  2. Colour Kitchen. Bijzondere plek aan de Oudegracht. Een multiculturele poging voor en achter het ‘keukenluik’. Waar jongeren met weinig mogelijkheden kansen krijgen en ‘wij’ redelijk te eten krijgen. Er is ook een Colour Kitchen in het Vorstelijk Complex in Zuilen, aan de Beatrixlaan.
  3. Kantien. Aan de Ravellaan. Bijzonder: in het voormalige gebouw van de gemeente. De enorme kantine ademt losse sfeer van tijdelijke bewoning. En het eten doet net een beetje meer dan dat.

 

Vier wijnbars.

  1. Wijnbar VinVin aan de Predikherenstraat. Heeft een mooie sortering betaalbare wijnen en de hapjes die je erbij krijgt zijn heel behoorlijk. Weinig pretentie. Behoorlijk voeten op de vloer. De beste in Nederland in 2016.
  2. Wijnbar Levebre. Op het Neude. Hier vind je de meisjes van 25-35, van wie de mannen in de kroegen ernaast komen. Veel pretenties. Behoorlijk prijzen. Maar ook bijzondere wijnen. En hapjes die ook niet goedkoop zijn. Mooie zaak. De beste in Nederland in 2015. Maar van klantvriendelijkheid hebben ze niet altijd wat begrepen. Ben daar voldoende beledigd om er nooit meer naartoe te gaan.
  3. Zies. Wijnbar. De wijn is goed. De hapjes soms ook. Maar iets te popie. Op de Twijnstaat vlakbij Ledig Erf.
  4. Gastmaal Café. Op de Hoek van Grifstraat en Kleine Singel. Ze hangen er vanaf het begin met de benen buiten. Terwijl het allemaal niet overhoudt. Maar met zo’n wijk achter je kom je ver.

 

Vier restaurants buiten de stad die de moeite waard zijn om naartoe te ‘fietsen’.

  1. Kasteel Heemstede in Houten. Is een voorname, dure, topplek. Zeker als je ‘het’ zakelijk doet. Staat 35ste op de lijst van de beste 500 van ‘Lekker’.
  2. De Hoefslag in Bosch en Duin. Iets te veel pretenties. Wel niveau. Mooie wijnen. Nu nog mensen die er geen lulverhalen bij vertellen. Staat 26ste op de lijst van de beste 500 van ‘Lekker’.
  3. La Provence in Driebergen. Is de fietstocht waard. Echt op de Franse leest geschoeid. Maar ook hier moet je een dikke portemonnee bij je hebben. Staat 71ste in de lijst van de beste 500 van ‘Lekker’.
  4. Huis de Wiers in Nieuwegein. Mooie, bijzondere zaak aan het water. Verfijnde gerechten en niet alleen maar alledaagse wijnen.

 

Geert Wijnhoven

Comments are closed.